Menu Button HTML by Css3Menu.com




Kleuren fenomenologie

(laatste update 1-4-2014)


Goetheanistische fenomenologie

Goetheanistische fenomenologie noemt men de vorm van fenomenologie, die terug gaat op Goethe en dus ver voor Edmund Husserl de fenomenologie als stroming in de filosofie
grondvestte. Zie om een eerste concrete indruk van Goetheanistische fenomenologie het korte artikel dat ik schreef voor de website van de antroposofische vereniging.


Goethe was behalve dichter en diplomaat ook natuurwetenschapper. Op het gebied van de plantkunde heeft hij belangrijke ontdekkingen gedaan, zoals bijvoorbeeld zijn idee van de zogenaamde blad-metamorfose. Zelf beschouwde hij, zoals hij aan het einde van zijn leven tegenover Eckermann uitsprak, zijn Farbelehre als belangrijker dan zijn dichtkunst. Echter, zijn ideeŽn op het gebied van licht en kleur werden door de wetenschap, met uitzondering van b.v. zijn kleurencirkel en de simultaancontrastkleuren (zoals de gekleurde schaduwen), niet aanvaard. Goethes polemische opstelling tegenover Newtons Optics zal hem hierin zeker geen goed hebben gedaan. Een aantal wetenschappers waren wel ingenomen met zijn onconventionele ziens- en werkwijze, zoals b.v. Oersted, Humboldt, Howard en Purkinje.

Rudolf Steiner werkte rond 1890 aan een heruitgave van Goethes natuurwetenschappelijke werk, verzorgde inleidingen, noten en commentaar. Nadien werkte hij Goethes natuurwetenschappelijke methodiek uit in ondermeer Grundlinien einer Goetheanistische Weltanschauung. Steiner was van mening dat Goethes methode de potentie had om de wetenschap uit het louter materialisme te bevrijden en zo te komen tot een wetenschap, die het spirituele niet uitsluit, maar dit juist haar plaats kan geven in het wetenschappelijk denken over de wereld en haar verschijnselen. In kort bestek is de werkwijze als volgt:

  1. Waarneming: Het verschijnsel veelzijdig waarnemen, gebruikmakend van alle zintuigindrukken. Goethe had groot vertrouwen in de zintuigen: Die Sinnen trŁgen nicht.
    Vervolgens proberen het fenomeen in de herinnering even levendig weer op te roepen.
  2. Proces: Het ontstaan van het verschijnsel als een proces in de tijd in beeld krijgen. Hiervoor is een vaardigheid vereist die Goethe exacte fantasie noemt.
  3. Karakteristiek: Je zo in het verschijnsel inleven dat de karacteristieke gebarentaal gaat spreken. De dynamiek die zich in deze gestiek uitspreekt gaan zien.
  4. Wezenlijke: Het unieke, essentiŽle van het verschijnsel gaan zien. Het fenomeen kunnen zien als de uitdrukking van een wezen.
Vanzelfsprekend doet deze sterk vereenvoudigde beschrijving geen recht aan de zaak, maar dient slechts om de blikrichting te bepalen.

Kees Veenman - pagina kleuronderzoek


Eigen onderzoek

Toen ik zelf voor het eerst vernam van de (zoals het tegenwoordig vaak genoemd wordt) Goetheanistische fenomenologie, wist ik dat dit datgene was, waar ik binnen het wetenschappelijke altijd naar had gezocht, maar tot dan toe niet had gevonden. Ik heb in Utrecht experimentele natuurkunde gestudeerd in de jaren 1973-'79. Mijn jongensdroom de wereld in haar diepste zin te willen begrijpen was niet uitgekomen. Ik werd met de ene na de andere theorie opgezadeld, die maakte dat de afstand van mij als mens tot de verschijnselen, zoals licht en kleur, alleen maar groter werd. Ik ervoer een geweldige kloof tussen het wetenschappelijke denken en de wereld van de verschijnselen. In de Goeteanistische fenomenologie vermoedde ik een mogelijke weg om deze kloof te dichten. Naarmate ik me meer ging bezig houden met Goethes Farbenlehre en Steiners werk daarover (b.v. Erste Naturwissentschaftliche Kurs, of kortweg de Lichtkurs) besefte ik des te meer hoe moeilijk deze weg is. Goethes idee dat licht en duisternis beide reeŽle werkingen en beide verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van kleuren was voor mij op het gebied van de hemelkleuren inzichtelijker dan bij de prismatische kleur. De ondergaande zon kleurt rood omdat meer stof het licht verduisterd. De hemel kleurt blauw omdat het door de zon verlichte stof in de atmosfeer de duistere achtergrond van het heelal verlicht. Vaak wordt dit idee als volgt samengevat: verduisterd licht geeft rood en verlichte duisternis blauw. Er waren echter ook duistere punten in deze zienswijze waar licht op geworpen kon worden:

  • Hoe verloopt de wisselwerking tussen licht en duisternis in het ontstaan van de verschillende kleuren. Welke werking vertegenwoordigen licht en duisternis daarbij?
  • Kan het ontstaan van prismatische kleuren vanuit dezelfde optiek worden begrepen?
Werkend aan deze vragen ben ik in 1995 gekomen tot de publicatie van het artikel Prismatische kleur als wisselwerkingresultaat van licht en duisternis in het tijdschrift Interesse.
Nadien ben ik er steeds meer tot de overtuiging gekomen dat men licht niet zozeer moet zien als iets dat van A naar B reist. Licht is primair een ruimte- en geen tijdverschijnsel. Het zogenaamde een foton experiment wijst volgens mij in deze richting. Hoe kan men bijvoorbeeld het volgende experiment begrijpen? Een licht schijnt op water, waarbij het lichtveld een schuine hoek maakt met het wateroppervlak. Onder water is geen kleur te zien, behalve aan de randen van de schaduw van een onder water gehouden voorwerp. Met Newtons gedachte dat licht bestaat uit een verzameling kleuren die elk voor zich in een verschillende mate breken is dit verschijnsel eenvoudig te verklaren: waar onder water ongekleurd licht te zien is, mengen zich alle kleuren tot wit licht. Alleen aan de randen van de schaduw krijgen we (deels) ongemengde kleuren te zien. De theorie van Newton over de prismatische kleur is echter ook niet zonder problemen, zoals onder meer uit een verkorte versie van een artikel van Gunter Taraba blijkt.
Een eerste poging om dit verschijnsel vanuit Goethes opvattingen te benaderen heb ik in 2000 in het tijdschrift Motief gepubliceerd.

Een bijzonder verschijnsel binnen Goethes kleurenleer vormt de gekleurde schaduw. Laat een object belichten met gekleurd licht en belicht vervolgens de schaduw van dit object met een tweede ongekleurde en zwakkere lichtbron. De schaduw neemt nu de complementaire kleur aan van de gekleurde lichtbron: geel wordt blauw, groen wordt magenta en rood wordt licht blauw. Het verschijnsel lijkt op het zogenaamde nabeeld, waarbij je een tijdje naar een kleur kijkt en daarna naar een witte muur, waarop de waargenomen vorm in de complemantaire kleur verschijnt. Waar het nabeeld echter een subjectief verschijnsel is -het beweeg met je oog mee, het duurt even voor het opdoemt en het dooft na een tijdje uit- is de gekleurde schaduw een objectief verschijnsel, omdat het blijvend gezien wordt en alleen op de plek van de schaduw. Een interessante variant op de gekleurde schaduw vormt het simultaan contrast, waar Goethe ook al op wees. Zie je een grijze balk op een gekleurde achtergrond dan neemt dit grijs de complementaire kleur aan, mits de grijstint goed afgestemt is op de kleursterkte van de achtergrond. Een vale kleur vraagt op een flets grijs. Als voorbeeld is aan de linkerzijde van deze pagina een grijze balk weergegeven, die van boven naar beneden telkens tegen een andere achtergrond kleur wordt gezien en daardoor de complementaire kleur aanneemt. Overigens is de kleursterkte van deze complementaire kleuren bij het simultaan contrast vrij zwak. Nietemin zal iemand die dit verschijnsel voor het eerst ziet nauwelijks geloven dat het grijs overal hetzelfde is.



Kleur en de mens

Rond 2000 werkte ik aan een onderzoeksproject samen met arts George Maissan, die patiŽnten in zijn praktijk in Gouda (onder meer) een kleurbadtherapie kan aanbieden. Uitgangspunt van het onderzoek is de vraag of de combinatie van zijn toegepast medisch onderzoek en mijn kleuronderzoek licht kan werpen op de vraag naar de genezende werking van kleur. In september 2005 publiceerden wij beiden een artikel over dit onderzoek in Het tijdschrift voor antroposofische geneeskunde: in het artikel Kleur en de mens beschrijf ik de resultaten van mijn onderzoek van de laatste jaren, waarbij ik de weg bewandel die Rudolf Steiner in de achtste voordracht van de voordrachtenreeks Voorbij de grenzen van de natuurwetenschap beschrijft. De bedoeling van het artikel is te tasten naar imaginatieve en inspiratieve kwaliteiten van de kleuren, die respectievelijk gevonden worden langs een weg naar binnen en een weg naar buiten. De eerstgenoemde weg leidt tot aan het niveau van z.g. orgaanbeelden. Terwijl je dan gaandeweg tot imaginatieve beelden komt, groeit tegelijkertijd het inspiratieve vermogen om de gestiek van de kleuren te kunnen aanhoren (de weg naar buiten). Een samenvatting van de resultaten ziet u hieronder.


Kees Veenman - Kleur en mens


In 2009 publiceerde ik een uitgebreid artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Elementen der Naturwissenschaft te Dornach. Een deel van dit artikel is reeds uitgekomen in het maandblad van de antroposofische vereninging, Motief (zie deel 1 mei 2007 en deel 2 juni/juli 2007). Zie hier de tekst voor het volledige artikel in het Duits.

Daarna ben ik aan de slag gegaan met het schrijven van een boek over kleurmeditatie. Dit boek omvat alles wat ik door de jaren heen op kleurgebied gedaan heb: kleurfenomenologie, kleurmeditatie en het menselijk organisme, de geestelijke stemming van kleuren, de regenboog als meditatieweg, de werkzaamheid van Christus in de kleur, kleurtherapie en kleur in de seizoenen en sprookjes. Dit boek is inmiddels door Pentagon uitgegeven, ISBN 9789490455774. Zie hier voor het voorwoord en de inhoudsopgave van het boek.

Kees Veenman - Kleurmeditatie

In motief heeft Joop van Dam een recensie geschreven, waarvan hier de tekst volgt:


NIEUWE RELATIE TOT DE KLEUREN

Het in november 2014 uitgekomen boek Kleurmeditatie van Kees Veenman beschrijft de auteur zijn geesteswetenschappelijk onderzoek naar het wezen van de kleuren. Het is een lange tocht waarbij telkens weer nieuwe vragen helpen dieper in de wereld van de kleuren door te dringen. Als een soort ouverture leert Veenman kijken naar het lentegoud en het herfstgoud van bomen. Daarna laat hij ons kennis maken met de fenomenologische methode, waarbij hij met het onderzoek bij de kleureneer van Goethe aansluit. Kleuren ontstaan op de grens van licht en duister. De duisternis kan actief tegemoet getreden worden van geel via oranje naar het rood, dat als het ware stuwt bij dit gebeuren. Aan de andere kant van de duisternis is een ontvangend gebaar te merken, waarbij passief de tegenovergestelde zijde van het spectrum verschijnt in het hemelsblauw en het violet. Tussen deze polariteit verschijnen magenta (perzikbloesem) als hemelse kleur en het groen dat met de aarde verbonden is.
De kleurmeditatie wordt pas mogelijk als voorbereidende oefeningen gedaan zijn. Genoemd worden daar de zogenaamde basisoefeningen (ook wel NebenŁbungen genoemd), De filosofie van de vrijheid van Steiner en zijn voordrachten in Voorbij de grenzen van de natuurwetenschap.
Je wordt dankbaar voor het feit dat je deelgenoot kunt worden van de intieme en fijnzinnige ervaringen die de auteur beschrijft. Hier wordt duidelijk dat zowel het natuurwetenschappelijk als het geesteswetenschappelijk onderzoek er om vragen om de resultaten van hun werk te communiceren. Dat hoort bij de wetenschap. En het wordt ook evident dat het instrument, dat bij het natuurwetenschappelijk onderzoek buiten de mens ligt (weegschaal, laboratorium proef, meetlat enzovoorts), bij het geesteswetenschappelijk onderzoek naar binnen is verplaatst. In de menselijke ziel zelf moeten de waarnemingsorganen gevormd worden en verder ontwikkeld worden om de gegevens te vinden waarmee nieuwe inzichten gewonnen worden. De ziel wordt tot waarnemingsorgaan.
Veenman beschrijft hoe in het begin van de kleurmeditatie beelden (of symbolen) in de ziel verschijnen. Beelden die bewegelijk zijn. Het is de stap van de imaginatie. Als men de oordelen terug houdt en de beelden laat verdwijnen, komt de volgende stap: je schept geen beelden meer, maar opent de ziel voor de stemmingen en gebaren die de kleuren maken. De geestelijke wereld gaat "spreken": de stap van de inspiratie wordt gezet. Bij nog verder doordringen in de kleuren, als de ziel zich ermee kan identificeren, uiten de met de kleuren verbonden wezens wat ze willen. Dat wordt met de menselijke wil waargenomen, die vervolgens probeert wegen te vinden waarlangs de kleur zich kan uiten en werkzaam kan worden. Zo zijn de drie stappen van imaginatie, de inspiratie en de intuÔtie zichtbaar geworden.
Het uitvoerige hoofdstuk over de kleurmeditatie zal hier niet gerefereerd worden. Dat moet men zelf lezen. Evenals het zeer interessante en intiemste hoofdstuk over meditatief gaan door de regenboog en de werking van Christus in de kleuren sinds het mysterie van Golgotha.
Het is verrassend maar tegelijkertijd ook begrijpelijk, dat het voorlaatste hoofdstuk het praktische vervolg is van de kleurmeditatie. Hoe kun je datgene wat de kleur wil in concrete banen leiden? Al langere tijd worden kleuren therapeutisch gebruikt. Dr. Willem Zeylmans van Emmichoven, de eerste voorzitter van de Antroposofische vereniging in Nederland, promoveerde op het thema ďDe werking van de kleuren op het gevoel". Hij vond tijdens zijn onderzoek de antroposofie. In de Rudolf Steiner Kliniek in Den Haag werden de wanden van enkele ziekenkamers voor individuele patiŽnten met een bepaalde kleur geschilderd om op deze manier de kleuren heilzaam te laten werken, naast de andere therapieŽn. Het ging terug op de aanwijzingen die Rudolf Steiner aan dr. Felix Peipers in MŁnchen had gegeven. Later is het principe van therapeutisch werken op vele andere manieren ontwikkeld. Kees Veenman beschrijft het ontstaan van de kleurenbadtherapie, die mede op aanwijzingen van Liane Collot díHerbois tot stand kwam. Daarna wordt de klankkleurtherapie behandeld, die met name door Karl KŲnig en Carlo Pietzner in het leven werd geroepen.
Er wordt gewerkt met een scherm waarop gekleurde schaduwen verschijnen. De kinderen die een heilpedagogische behandeling behoeven (vooral met een autismespectrum stoornis) zitten voor het scherm, terwijl achter hen muziek klinkt. De schaduw beweegt en wordt vloeiend, doordat er een euritmist tussen de lichtbron en het scherm beweegt. Bij beide therapieŽn worden de indicatie en de werkzaamheid toegelicht.
Aan het eind van het boek worden de zogenoemde maanddeugden in samenhang met de kleuren en de seizoenen gebracht en specifieke sprookjes ten tonele gevoerd, die de overgang van zielseigenschappen naar geestelijke deugden verbeelden. De kleurmeditatie wordt hierbij een hulp om de maanddeugden te ontwikkelen en de seizoenen te beleven in kleur. Kleuren, deugden en seizoenen verduidelijken elkaar onderling.
Het boek kan voor een breed lezerspubliek een hulp zijn. Aan de ene kant voor beginners die het meditatieve pad willen betreden. Zij vinden hier de voorbereidende oefeningen en de stemmingen die het milieu scheppen waarin "het eigen innerlijk bewegen" zich kan gaan voltrekken. De ervaringen van de auteur werken inspirerend en animerend om de eerste stappen op het meditatieve pad te zetten. Aan de andere kant is het boek ook een inspiratiebron voor mensen die al geruime tijd zich met het meditatieve hebben verbonden en lang hebben geoefend. Het woord "geesteswetenschappelijk onderzoek" is beladen omdat het voor velen vaak niet duidelijk is. De opbouw van het boek en de uitwerking van de verschillende onderdelen maken evident wat onder geesteswetenschappelijk onderzoek te verstaan is. De lezer krijgt een voorbeeld van een geesteswetenschappelijk onderzoek en kan daardoor een eigen onderzoeksthema vormgeven. Tussen deze twee polen zijn de vele lezers die geÔnteresseerd zijn in kleurmeditatie. Na lezen van dit boek, ook als men nog niet aan het navolgen van de meditatieve stappen, die de auteur beschreven heeft is toegekomen, heb je al een blijvend andere verhouding tot de kleuren gekregen.

Joop van Dam

Voor vragen of reacties ontvang ik graag een mail.

DE WITTE SLANG


Deze site is van
Kees en Rita Veenman.
De site werd in 2004
begonnen. De thema's
die ons bezighouden
zijn hier verzameld.

SITEMAP


Home
Cursussen
Vakantiehuis Hongarije
Sprookjes
Kleuren
Ict
Nat.wet.sectie

CONTACT


Kees en Rita Veenman
023-5295119 of per: email